FAI kan leiden tot bewegingsbeperking en pijn, maar kan worden behandeld door het te veel aan bot weg te halen. Soms kan dit met behulp van een kijkoperatie, in andere gevallen zal een operatie nodig zijn waarbij het heupgewricht wordt opengemaakt. 

Een kijkoperatie van de heup, ook wel heupartroscopie genoemd, is een nog relatief nieuwe techniek om bepaalde heupklachten te behandelen. De patiënt wordt op een speciale tafel gelegd waarop de heup een klein stukje uit de kom kan worden getrokken. Door een aantal sneetjes in de huid brengt de arts een camera en instrument naar de heup waarna het gewricht wordt bekeken en indien nodig kan worden behandeld. Door de vorm en ligging van de heup lukt het soms niet om de hele heup te bekijken en kan het zijn dat niet alle aandoeningen te behandelen zijn.

De kijkoperatie wordt niet alleen gedaan bij FAI, maar ook bij de volgende aandoeningen

  • Gewrichtsmuizen: losse stukjes bot of kraakbeen. Als zo'n stukje klem komt te zitten in het gewricht kan dit een bewegingsbeperking, pijn en slotklachten (het kortdurend niet meer kunnen bewegen van het gewricht) veroorzaken. Tijdens een kijkoperatie kunnen gewrichtsmuizen worden verwijderd.
  • Labrumletsel: het labrum is een kraakbeenstructuur aan de rand van de heupkom. Het geeft de heup extra stabiliteit doordat het het gewricht afsluit. Bij heupdysplasie wordt het labrum vaak extra belast waardoor het geïrriteerd kan raken. Ook kan het door een ongeval beschadigen. Tijdens een kijkoperatie kan het kapotte deel worden verwijderd of weer worden vastgezet. Eventueel kan het gewricht ook met antibiotica worden gespoeld om irritatie te verhelpen.
  • Femoroacetabulair impingement (FAI): bij abnormaal contact (aanlopen) van de rand van de heupkom met de femurhals kan extra botaangroei ontstaan ter hoogte van de heupkom (pincer), aan de boven- of voorzijde van de heupkop (cam) of op beide plekken. Naarmate deze woekering groter wordt, zullen de klachten toenemen. Tijdens een kijkoperatie kan de arts de vorm van het bot verbeteren waardoor het aanlopen niet meer voorkomt.
  • Kraakbeenletsel: door artrose, doorbloedingsstoornissen of een ongeval kan het kraakbeen van de heup beschadigd raken waardoor een bewegingsbeperking, pijn en slotklachten (het kortdurend niet meer kunnen bewegen van het gewricht) kunnen ontstaan. Tijdens een kijkoperatie kan de arts de beschadigde kraakbeendelen verwijderen of bijwerken om de klachten te verhelpen.
  • Aandoeningen van het synovium (gewrichtsslijmvlies): het heupgewricht wordt bij elkaar gehouden door het gewrichtskapsel, dat aan de binnenkant bekleed is met een slijmvlies dat zorgt voor voeding van het kraakbeen en het aanmaken van gewrichtsvloeistof. Aandoeningen van dit slijmvlies veroorzaken pijn en kunnen op lange termijn een oorzaak van artrose zijn. Door tijdens een kijkoperatie het slijmvlies voor een groot deel te verwijderen, worden de klachten beperkt.

Bovengenoemde aandoeningen kunnen diverse klachten geven, waaronder pijn in de lies, slotklachten, bewegingsbeperkingen en een knoepend gevoel in het gewricht. Vaak is een MRI-scan nodig om deze aandoeningen te constateren. Soms geeft zelfs deze geen uitsluitsel en wordt pas tijdens de operatie duidelijk wat de oorzaak van de klachten is.

De revalidatie van een kijkoperatie is afhankelijk van wat er tijdens de ingreep wordt gedaan en varieert van enkele dagen tot enkele weken volledig met krukken lopen en daarna het verbeteren van de conditie en spierkracht.

Binnenkort vind je op deze pagina antwoord op onderstaande vragen: