In deze serie van twee artikelen gaan we het hebben over de rechten van het kind in de zorg en hoe je ze daarbij kunt betrekken. Als je
kind heel klein is, zul jij als ouder of verzorger de beslissingen nemen. Maar naarmate je kind ouder wordt, zal dat veranderen.
Kinderen hebben specifieke rechten die in internationale en nationale wetten zijn vastgelegd, zoals in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en de Nederlandse wetgeving. Bij kinderen van 12 tot 18 jaar spelen deze rechten een belangrijke rol in het kader van zorg en beslissingen. Maar ook jongere kinderen kun je al betrekken bij hun zorg.
In dit deel zullen we ons focussen op jonge kinderen tot 12 jaar en geven we je handvaten en praktische tips hoe je ze kunt betrekken bij de zorg die ze krijgen. In deel twee zullen we meer de aandacht leggen op kinderen van 12 tot 18 jaar en 18 jaar en ouder.
Hoe betrek je kinderen van 0 tot 12 jaar bij hun zorgtraject?
Als een kind nog jong is en een heupafwijking blijkt te hebben, nemen ouders of verzorgers de beslissingen over de behandeling. Naarmate een kind ouder wordt, begrijpt het ook meer en zul je als ouders je kind steeds meer bij diens aandoening moeten betrekken.
Jonge kinderen (4 tot 8 jaar)
Voor kleine kinderen is een bezoek aan het ziekenhuis vaak spannend. Er moeten onderzoeken plaatsvinden die niet altijd prettig zijn, denk aan bloedonderzoek of het maken van een röntgenfoto of ander beeldvormend onderzoek. Vaak moet je wachten in het ziekenhuis en de onderzoeken kunnen pijnlijk zijn. Hierdoor kunnen ziekenhuisbezoeken als vervelend worden ervaren. Kinderen willen niet, gaan huilen of gedragen zich dwars.
Als ouder kun je veel doen om je kind voor te bereiden om tijdens de behandeling of onderzoek rustig te blijven en niet bang of gestrest te zijn.
Voorbereiding: leg uit wat er gaat gebeuren op het niveau van je kind
Het helpt heel goed om te weten wat er tijdens een ziekenhuisbezoek gaat gebeuren. Vraag de behandelaar van tevoren wat je kunt verwachten. Leg dit in duidelijke, makkelijke taal uit aan je kind. Bijvoorbeeld:
- De dokter gaat dit en dit doen. Dit is om te kijken…
- Dan gaat de verpleegkundige dit doen.
- Daarna gaan we naar een andere kamer en gaan we dit doen.
Je kunt het ook visueel maken, bijvoorbeeld met pictogrammen of illustraties. Daarover lees je verderop in het artikel meer.
Als er dingen gaan gebeuren die pijn gaan doen, zeg dit dan ook. Probeer het wel altijd positief te benaderen: ‘Dit kan een beetje pijn doen, maar het helpt om je beter te maken’. Je kunt dan aanbieden de hand vast te houden (om bijvoorbeeld in te knijpen) of naast het bed te gaan staan. Vraag ook aan je kind waar het tegenop ziet, zodat je specifieke onderdelen van het bezoek beter kunt voorbereiden.
Een boekje lezen over het ziekenhuis helpt vaak ook. Het boekje ‘Tessa in het ziekenhuis’ is een kleurboekje voor jonge kinderen om ze voor te bereiden op een heupoperatie en gipsbroek. Ook het naspelen met knuffels en een dokterskoffertje helpt om er vertrouwd mee te raken. In Heupge(w)richt 83 schreven we al eens over pijn en angst bij kinderen en hoe je ermee om kunt gaan. Leden kunnen dit artikel op onze website lezen.
Lees bijvoorbeeld ook hoe je als ouder met de angst van je kind kunt omgaan in het artikel dat we schreven in Heupge(w)richt 107.
Tijdens de behandeling: blijf positief en rustig en zorg voor afleiding
Een positieve rol van de ouders zorgt ervoor dat kinderen minder pijn voelen. Je kunt positieve taal gebruiken om je kind af te leiden. Gebruik zinnen als ‘Je bent een kanjer’, ‘Je doet het supergoed’, ‘Wat zal oma/opa of tante x trots op je zijn als ze dit horen’. Een knuffeltje meenemen kan ook helpen als troost.
Ook tijdens de behandeling is het belangrijk het proces steeds duidelijk te herhalen. Als het anders gaat dan verwacht, kun je als ouder ook aan de zorgverlener vragen wat er dan wel gaat gebeuren. Je kunt dit dan weer uitleggen aan je kind.
Blijf zelf rustig en positief, ook als het anders loopt dan je had verwacht. Kinderen voelen het als jij gespannen bent. Als jij kalm en positief blijft, helpt dat je kind om zich ook veilig te voelen. En geef heel veel complimentjes!
Een spelletje, boek of filmpje op de telefoon kan zorgen voor de nodige afleiding. Een grapje maken, kan ook helpen om de sfeer rustig en ontspannen te houden. Zodat je je kind kan afleiden en kan zorgen voor rust en ontspanning.
Na de behandeling: belonen en complimenteren
Vier dat je kind het goed heeft gedaan (ook als het niet zo goed ging!). Ga een ijsje eten, doe een spelletje of geef een aanmoedigingscadeautje. Of maak een beloningssysteem: elke keer als een ziekenhuisbezoek klaar is, mag er een sticker geplakt
worden. Bij een x aantal stickers ga je bijvoorbeeld iets leuks doen.
Sommige ziekenhuizen gebruiken beloningssystemen die je kunt gebruiken, zoals Franniez. Vraag ernaar bij de behandelaar van je kind of zij ook zoiets hebben.
Praat nog even na met je kind: wat ging goed en wat niet. Waar heeft je kind behoefte aan bij een volgend bezoek? Bij kinderen waarbij het praten over dingen niet zo makkelijk gaat, kun je bijvoorbeeld proberen om een cijfer (tussen 0-10) te geven aan een gebeurtenis of met emoji’s het gevoel te laten delen. Daarvoor kun je de ‘gezichtjesschaal’ van de pijnliniaal gebruiken. Die is weliswaar ontwikkeld om pijn te meten, maar kan op veel meer manieren worden toegepast. Zo kun je als ouder toch een beeld krijgen hoe het gegaan is.
Oudere kinderen (8 tot 12 jaar)
Kinderen van 8 tot 12 jaar kunnen al goed meedenken en willen vaak begrijpen wat er gebeurt.
Vanaf 12 jaar moeten ze ook daadwerkelijk weten wat er gebeurt. Je kunt ze hier in deze jaren goed op voorbereiden. Zodra je kind er klaar voor is, en dat is bij ieder kind op een andere leeftijd, kun je het steeds meer betrekken bij de zorg.
Voorbereiding: doe het samen
Ook hier blijft voorbereiding op het bezoek belangrijk. Je kunt uitleg op het niveau van het kind geven. Je kunt nu ook medische termen uitleggen als je kind daar behoefte aan heeft. Voorbeeld: ‘De MRI is een soort grote camera die foto’s maakt van de binnenkant van je lichaam. Het doet geen pijn, maar maakt wel harde geluiden.’
Bij de uitleg kun je ook filmpjes of kinderbrochures laten zien over bijvoorbeeld bloedprikken of andere behandelingen. Vraag er ook naar in het ziekenhuis. Het visueel maken van een bezoek kan helpen om het meer vorm te geven. Je kunt van tevoren bijvoorbeeld een checklist schrijven met tekeningetjes erbij en die ophangen, zodat je er ook nog eens naar kunt terugkijken.
- Aankomen bij het ziekenhuis
- Aanmelden bij de balie
- Wachten
- Gesprek met de dokter
- Onderzoek
- Iets leuks na afloop
Bereid samen vragen voor. Schrijf ze samen op en vraag aan je kind of deze de vragen zelf wil stellen of dat jij dat als ouder doet. Geef daarnaast ook ruimte voor gevoelens. Vraag wat je kind het spannendst vindt. En hoe je daarmee om kunt gaan. Bijvoorbeeld: ‘Wat vind je het spannendst aan morgen? Zullen we samen bedenken wat kan helpen?’
Tijdens de behandeling: betrek je kind er actief bij
Betrek je kind actief bij het gesprek met de behandelaar. Maar geef wel altijd een keus. Bijvoorbeeld: ‘Wil je het zelf aan de dokter vertellen of zal ik het eerst zeggen?’.
Vraag ook aan de zorgverlener je kind bij het gesprek te betrekken.
Laat je kind meedenken en meebeslissen waar mogelijk. Blijf uitleggen wat er gaat gebeuren.
Houdt de sfeer rustig en positief. Maak een grapje tussendoor, zodat je kind zich op zijn gemak voelt en ook durft te praten.
Na de behandeling: belonen en complimenteren
Ook bij oudere kinderen blijft het goed het bezoek positief af te sluiten. Een ijsje is op deze leeftijd nog steeds lekker, ga naar de film of doe iets anders dat je kind leuk vindt.
Meer lezen:
Download de 'Checklist naar het ziekenhuis' (alleen voor leden)