Als de diagnose heupdysplasie eenmaal is gesteld, komt de vraag hoe het nu verder moet. Afhankelijk van de ernst van de afwijking en de hoeveelheid klachten en beperkingen zal de arts een behandeling voorstellen. Deze kan variëren van pijnbestrijding tot een operatie.

Niet-operatieve behandeling

Een operatieve ingreep aan de heup is bijna altijd behoorlijk ingrijpend. Daarom wordt vaak eerst gekeken of er op een andere manier iets aan de klachten kan worden gedaan. Dit kan door pijnstillers te slikken, specifieke oefeningen doen om sterker te worden maar ook met behulp van inlegzooltjes die je houding verbeteren.

Pijnbestrijding

Tegenwoordig zijn veel pijnstillers vrij verkrijgbaar bij de drogist en in de supermarkt waardoor het makkelijker is geworden om bij pijnklachten iets te slikken. Hoewel dit voor een keer geen kwaad kan, is het bij regelmatig gebruik verstandiger om te overleggen met de huisarts. Die kan dan kijken of wat je slikt geschikt is voor de situatie of dat er misschien een beter middel is en of je iets moet nemen ter bescherming van je maag.

Daarnaast is het van belang om je te realiseren dat pijn een waarschuwende functie heeft en aangeeft dat er iets met je lichaam aan de hand is. Door dit continu te onderdrukken, kun je onbewust de grenzen van je lichaam overschrijden en de klachten op termijn verergeren. Het is daarom belangrijk om het gebruik van pijnstilling in de gaten te houden, rekening te houden met je lichaam en op tijd aan de bel te trekken als de klachten niet overgaan.

Fysiotherapie

Fysiotherapie is een behandelmethode waarbij je, onder begeleiding van een fysiotherapeut, verschillende oefeningen uitvoert die gericht zijn op goed en veilig bewegen. De intensiteit van het oefenprogramma kan geleidelijk aan worden opgevoerd. Klachten van het houdings- en bewegingsapparaat kunnen hiermee worden verminderd of opgeheven. Fysiotherapie kan ook helpen om, voorafgaand aan een operatieve behandeling, een zo goed mogelijke spierconditie op te bouwen (preoperatieve fysiotherapie).

Ben je lid van de VAH? Bij de tips kunnen ingelogde leden meer informatie vinden over fysiotherapie bij heupdysplasie, inclusief een bestand met oefeningen om de spieren rond je heupen sterker te maken. 

Een bijzondere vorm van fysiotherapie is hydrotherapie. Hierbij doe je spierversterkende oefeningen in een warmwaterbad. Doordat het water een opwaartse druk geeft, is het minder belastend dan wanneer je deze oefeningen op het droge doet. De warmte helpt om je spieren te ontspannen en daardoor heb je vaak minder spierpijn na afloop. Zeker na een operatie is dit een fijne manier om aan je conditie te werken.

Helaas wordt hydrotherapie niet overal aangeboden en ook niet alle zorgverzekeringen vergoeden het. Toch is het de moeite waard om te kijken of het ergens bij jou in de buurt mogelijk is. Een andere mogelijkheid is om bij zwembaden in de buurt te informeren of daar lessen worden gegeven voor mensen met een beperking. Je fysiotherapeut kan je hier wellicht ook bij helpen.

Meer informatie over fysiotherapie vind je op deze website.

Oefentherapie Cesar-Mensendieck

Bij oefentherapie Cesar-Mensendieck gaat de aandacht uit naar het aanleren van een gezond beweeggedrag. Hierbij wordt gekeken naar de gehele lichaamshouding en manier van bewegen, waardoor je je bewust wordt van wat er gebeurt tijdens het staan, zitten, lopen en andere dagelijkse bewegingen. Het gebruik van spiegels is daarbij erg belangrijk.

Meer informatie over oefentherapie vind je op deze website.

Podoposturale therapie

Podoposturale therapie is een houdingscorrigerende behandelwijze waarbij klachten worden beïnvloed door middel van individueel aangemeten inlegzolen. De grondlegger van deze therapie is de Franse neuroloog dr. R.J. Bourdiol.

De therapie berust op het verschijnsel dat elke standsafwijking van de voeten een standsafwijking hoger in het lichaam tot gevolg heeft. Omgekeerd heeft elke houdingsafwijking een verandering van de voetstand tot gevolg. Deze stands- en houdingsveranderingen kunnen verscheidene klachten tot gevolg hebben, waaronder chronische knie-, heup-, lage rug- en nekklachten. De individueel aangemeten inlegzolen activeren de spierketens in het lichaam waardoor de gewenste lichaamshouding wordt bereikt en klachten verminderen of verdwijnen.

Meer informatie over podoposturale therapie vind je op de website van de Stichting LOOP.

Op de Landelijke Contactdag van 2014 gaf podoposturaal therapeut Martin Koelman van Podocentrum Alkmaar een lezing over 'knutselen met kurk'. Ingelogde leden kunnen het verslag hiervan lezen in Heupge(w)richt 68.

Operatieve behandeling

Wanneer je veel klachten hebt, moet allereerst de ernst van de afwijking door een orthopeed worden vastgesteld. Ook is het van belang om te weten of er al artrose in de heup voorkomt. Vervolgens zal de orthopeed op basis van deze diagnose en jouw specifieke omstandigheden komen tot een behandelingsvoorstel en een bepaalde operatie adviseren. Ook je leeftijd en bezigheden kunnen hierbij een rol spelen en daarom kan de behandeling van patiënt tot patiënt verschillen.

De meeste operaties hebben tot doel de overdekking van de heupkop te verbeteren. Hierdoor vermindert de druk per vierkante centimeter op het kraakbeen van de heupkop. Algemeen wordt aangenomen dat een te hoge druk één van de belangrijkste factoren is voor het ontstaan van artrose. Dit betekent ook dat de kans van slagen van deze operaties minder groot is als er artrose aanwezig is en naarmate deze ernstiger is.

Elke operatieve ingreep heeft zijn eigen specifieke plus- of minpunten. In ieder geval heeft een heupoperatie, met uitzondering van de Chiari-osteotomie, over het algemeen géén effect op de mogelijkheid om op natuurlijke wijze te bevallen. Je arts moet je over de 'plussen en minnen' informeren en het is verstandig om beide kanten goed te bespreken.

Vraag de arts wat bij jou het eindresultaat van de ingreep zou moeten zijn en binnen welke termijn dat resultaat behaald zou moeten worden. Ook kun je vragen wat de mogelijkheden zijn, wanneer dat resultaat niet wordt gehaald. Bij twijfel kun je ook nog een andere specialist raadplegen. Het vragen van een tweede mening (second opinion) is geen bijzonderheid en in deze gevallen bijna altijd aan te bevelen.

In bijna elk ziekenhuis bestaat enige wachttijd voordat je voor een bepaalde operatie wordt opgeroepen, maar deze wachttijden kunnen per ziekenhuis erg verschillen en zijn bovendien aan verandering onderhevig. Informeer daarom bij je orthopeed naar de vermoedelijke wachttijd. De meeste ziekenhuizen publiceren hun wachttijden trouwens ook op internet.

Ganz-osteotomie

008 ganz osteotomieBij de Ganz-osteotomie wordt de heupkom losgemaakt uit het bekken en in de juiste stand geplaatst, waarna het met schroeven wordt gefixeerd. De rest van de bekkenring blijft hierdoor intact. De ingreep wordt uitgevoerd via het bekken en de lies. De Ganz-osteotomie duurt ongeveer een tot anderhalf uur. De schroeven kunnen gewoon blijven zitten.

Na de operatie mag het geopereerde been gedurende zes weken gedeeltelijk worden belast. Na zes weken ga je op controle bij de arts en wordt er met behulp van een röntgenfoto gekeken of de botvlakken goed aangroeien. Als dit het geval is, zal de belasting langzaam mogen worden opgevoerd. De totale revalidatie van deze operatie duurt zes maanden.

De Ganz-osteotomie is enigszins vergelijkbaar met de triple osteotomie. Het doel van beide operaties is hetzelfde: een betere overdekking van de heupkom, alleen de technische uitvoering verschilt op een aantal punten. Zowel de heupkop als de heupkom moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Is dat niet het geval, dan zal er moeten worden gekeken of een andere operatie mogelijk is, bijvoorbeeld de pandakplastiek, de Chiari-osteotomie of de femurosteotomie.

De Ganz-osteotomie wordt niet in elk ziekenhuis verricht en daarvoor kun je dus naar een ander ziekenhuis worden doorverwezen. Omdat het een ingewikkelde operatie is, is het belangrijk dat je behandelend arts er veel ervaring mee heeft. Als dit niet het geval is, moet je sterk overwegen om een andere arts te zoeken. Hierbij kan de Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling je helpen.

Tönnis- / triple osteotomie

triple osteotomieBij een triple osteotomie (bekkenosteotomie) wordt de heupkom op drie plaatsen losgemaakt van het bekken (ter hoogte van zitbeen, schaambeen en bekkenkam). Om deze delen van het bekken te bereiken wordt een snede gemaakt in de bil en in de lies. Daarna wordt de losse heupkom in de goede stand gedraaid, de kier die ontstaat wordt opgevuld met een wigvormig stukje bot uit de bovenrand van de bekkenkam. Om de nieuwe stand van de heupkom te fixeren wordt deze met een (of meer) schroef/ven vastgezet. Deze kan/kunnen in principe blijven zitten.

De ingreep duurt één à twee uur. Na deze operatie kan een beenlengteverschil optreden, doordat de heupkom iets omlaag wordt gezet. Indien nodig kan dit verschil later, in overleg met je orthopeed, worden opgevangen door een verhoging in of onder je schoen.

Na de operatie mag het geopereerde been gedurende zes weken gedeeltelijk worden belast. Na zes weken ga je op controle bij de arts en wordt er met behulp van een röntgenfoto gekeken of de botvlakken goed aangroeien. Als dit het geval is, zal de belasting langzaam mogen worden opgevoerd. De totale revalidatie van deze operatie duurt zes maanden.

De triple osteotomie is enigszins vergelijkbaar met de Ganz-osteotomie. Het doel van beide operaties is hetzelfde: een betere overdekking van de heupkom, alleen de technische uitvoering verschilt op een aantal punten. Zowel de heupkop als de heupkom moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Is dat niet het geval, dan zal er moeten worden gekeken of een andere operatie mogelijk is, bijvoorbeeld de pandakplastiek, de Chiari-osteotomie of de femurosteotomie.

De triple osteotomie wordt niet in elk ziekenhuis verricht en daarvoor kun je dus naar een ander ziekenhuis worden doorverwezen. Omdat het een ingewikkelde operatie is, is het belangrijk dat je behandelend arts er veel ervaring mee heeft. Als dit niet het geval is, moet je sterk overwegen om een andere arts te zoeken. Hierbij kan de Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling je helpen.

Chiari-osteotomie

Bij de Chiari-osteotomie wordt het bekken net boven de heupkom doorgezaagd en enigszins naar binnen verschoven. Hierdoor komt een deel van het bekken als een extra dakje boven de heupkop te liggen. Een nadeel hierbij is dat het dakje niet anatomisch gevormd is. Daarom wordt deze ingreep alleen gedaan als er al betrekkelijk veel slijtage is en de heup dus niet meer van goede kwaliteit is. Een ander nadeel is dat het bekkenkanaal door deze operatie smaller wordt, hetgeen een eventuele toekomstige natuurlijke bevalling kan bemoeilijken.

Na de operatie mag het geopereerde been gedurende zes tot acht weken niet worden belast. Met behulp van een röntgenfoto wordt gecontroleerd of de botvlakken goed aan elkaar groeien. Als dit het geval is, mag de belasting langzaam worden opgevoerd. De totale revalidatie van deze operatie duurt een half jaar tot een jaar.

De Chiari-osteotomie wordt niet in elk ziekenhuis verricht en daarvoor kun je dus naar een ander ziekenhuis worden doorverwezen. Het is een relatief eenvoudige operatie, maar het is wel van belang dat je behandelend arts er ervaring mee heeft. Als dit niet het geval is, moet je sterk overwegen om een andere arts te zoeken. Hierbij kan de Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling je helpen.

Pandakplastiek

pandakplastiekBij een pandakplastiek wordt de heupkom als het ware vergroot door extra bot met schroeven aan de zijkant van de heupkom te bevestigen of door meerdere botspanen langs de rand van de kom aan te brengen. Meestal wordt hiervoor bot uit de eigen bekkenkam gebruikt, maar soms ook donorbot. In totaal zijn er meer dan twintig technieken die hiervoor gebruikt kunnen worden. Elke arts zal de techniek kiezen waar hij/zij de meeste ervaring mee heeft.

De operatie verloopt via een snede ter hoogte van de lies. De pandakplastiek wordt toegepast als de heupkop en –kom niet (meer) goed in elkaar passen en er al enige artrose is.

Na de operatie mag het geopereerde been gedurende zes tot acht weken niet worden belast. Als na verloop van tijd blijkt dat het extra bot goed is vastgegroeid, mag de belasting langzaam worden opgevoerd. De revalidatie van deze operatie duurt ongeveer zes maanden.

De pandakplastiek is een eenvoudige operatie die in bijna elk ziekenhuis wordt verricht. Toch is het altijd belangrijk dat je behandelend arts er ervaring mee heeft. Als dit niet het geval is, kun je overwegen om een andere arts te zoeken. Hierbij kan de Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling je helpen.

Femurosteotomie

femurosteotomieSoms is bij heupdysplasie ook de stand van de heupkop ten opzichte van de heupkom niet goed, waardoor de kop niet mooi in het midden van de heupkom staat. Deze standsafwijking kan met een femurosteotomie worden gecorrigeerd. De heupkop wordt hierbij losgemaakt op de overgang naar het bovenbeen (femur) en in een betere stand vastgezet met behulp van een plaat en enkele schroeven. Het kan zijn dat dit materiaal na verloop van tijd gaat irriteren. Dit moet dan met een kleine ingreep worden verwijderd. Deze operatie kan ook gecombineerd worden met één van de andere osteotomieën.

Na afloop van de operatie mag je je been gedurende zes tot acht weken niet of gedeeltelijk belasten. Als het bot goed aan elkaar gegroeid is, mag daarna de belasting worden opgevoerd. De totale revalidatie van deze operatie duurt een half jaar.

Kijkoperatie

Een kijkoperatie van de heup, ook wel heupartroscopie genoemd, is een nog relatief nieuwe techniek om bepaalde heupklachten te behandelen. De patiënt wordt op een speciale tafel gelegd waarop de heup een klein stukje uit de kom kan worden getrokken. Door een aantal sneetjes in de huid brengt de arts een camera en instrument naar de heup waarna het gewricht wordt bekeken en indien nodig kan worden behandeld. Door de vorm en ligging van de heup lukt het soms niet om de hele heup te bekijken en kan het zijn dat niet alle aandoeningen te behandelen zijn.

De kijkoperatie kan worden gedaan bij de volgende aandoeningen.

  • Gewrichtsmuizen: losse stukjes bot of kraakbeen. Als zo'n stukje klem komt te zitten in het gewricht kan dit een bewegingsbeperking, pijn en slotklachten (het kortdurend niet meer kunnen bewegen van het gewricht) veroorzaken. Tijdens een kijkoperatie kunnen gewrichtsmuizen worden verwijderd.
  • Labrumletsel: het labrum is een kraakbeenstructuur aan de rand van de heupkom. Het geeft de heup extra stabiliteit doordat het het gewricht afsluit. Bij heupdysplasie wordt het labrum vaak extra belast waardoor het geïrriteerd kan raken. Ook kan het door een ongeval beschadigen. Tijdens een kijkoperatie kan het kapotte deel worden verwijderd of weer worden vastgezet. Eventueel kan het gewricht ook met antibiotica worden gespoeld om irritatie te verhelpen.
  • Femoroacetabulair impingement (FAI): bij abnormaal contact (aanlopen) van de rand van de heupkom met de femurhals kan extra botaangroei ontstaan ter hoogte van de heupkom (pincer), aan de boven- of voorzijde van de heupkop (cam) of op beide plekken. Naarmate deze woekering groter wordt, zullen de klachten toenemen. Tijdens een kijkoperatie kan de arts de vorm van het bot verbeteren waardoor het aanlopen niet meer voorkomt.
  • Kraakbeenletsel: door artrose, doorbloedingsstoornissen of een ongeval kan het kraakbeen van de heup beschadigd raken waardoor een bewegingsbeperking, pijn en slotklachten (het kortdurend niet meer kunnen bewegen van het gewricht) kunnen ontstaan. Tijdens een kijkoperatie kan de arts de beschadigde kraakbeendelen verwijderen of bijwerken om de klachten te verhelpen.
  • Aandoeningen van het synovium (gewrichtsslijmvlies): het heupgewricht wordt bij elkaar gehouden door het gewrichtskapsel, dat aan de binnenkant bekleed is met een slijmvlies dat zorgt voor voeding van het kraakbeen en het aanmaken van gewrichtsvloeistof. Aandoeningen van dit slijmvlies veroorzaken pijn en kunnen op lange termijn een oorzaak van artrose zijn. Door tijdens een kijkoperatie het slijmvlies voor een groot deel te verwijderen, worden de klachten beperkt.

Bovengenoemde aandoeningen kunnen diverse klachten geven, waaronder pijn in de lies, slotklachten, bewegingsbeperkingen en een knoepend gevoel in het gewricht. Vaak is een MRI-scan nodig om deze aandoeningen te constateren. Soms geeft zelfs deze geen uitsluitsel en wordt pas tijdens de operatie duidelijk wat de oorzaak van de klachten is.

De revalidatie van een kijkoperatie is afhankelijk van wat er tijdens de ingreep wordt gedaan en varieert van enkele dagen tot enkele weken volledig met krukken lopen en daarna het verbeteren van de conditie en spierkracht.

Therapie

Afhankelijk van de ingreep mag meestal na de eerste zes weken de belasting op het geopereerde been onder begeleiding van een fysiotherapeut weer voorzichtig worden opgevoerd. Eerst door de belasting (het gewicht dat op de heup steunt) langzaam op te voeren terwijl je nog wel met twee krukken loopt, daarna door één kruk te gaan gebruiken en uiteindelijk zonder krukken. Vraag je arts tijdens de nacontroles (meestal na zes weken en drie maanden) expliciet naar de toegestane belasting op de heup en bespreek dit vervolgens met je fysiotherapeut.

Gedurende de eerste periode na de operatie is de heup meestal stijf, waardoor je niet goed kunt buigen, draaien en de benen spreiden. Fysiotherapie kan een belangrijke bijdrage leveren aan het weer soepel en krachtig maken van de heup. Veel patiënten merken echter in de praktijk dat maar weinig fysiotherapeuten ervaring hebben met de eerder genoemde operaties. 

Ben je lid van de VAH? Bij de tips kunnen ingelogde leden meer informatie vinden over fysiotherapie bij heupdysplasie, inclusief een bestand met oefeningen om de spieren rond je heupen sterker te maken. 

Het is daarom handig om al vóór de ziekenhuisopname in je woonomgeving te informeren welke fysiotherapiepraktijken hiermee wel ervaring hebben. Als dat niet lukt, is dat overigens geen ramp, want de fysiotherapeut in het ziekenhuis zorgt voor een goede overdracht van het oefenprogramma en is vaak ook een vraagbaak voor je eigen fysiotherapeut.

De fysiotherapiebehandeling start al kort na het ontslag bij je thuis en later in de praktijkruimte. Door verschillende (in het begin onbelaste) oefeningen worden gevoel, coördinatie en spierkracht in het geopereerde been weer opgebouwd en wordt (weer) een goed looppatroon ontwikkeld. Eventueel kun je fysiotherapie combineren met Oefentherapie Cesar-Mensendieck om je houding en looppatroon te optimaliseren. Ook hydrotherapie kan een waardevolle toevoeging zijn om te herstellen.

In de praktijk blijkt dat veel patiënten zeker zes maanden nodig hebben voor ze goed zijn hersteld van een heupoperatie. Daarom is het verstandig om bij dubbelzijdige heupdysplasie voldoende tijd tussen twee operaties te houden.

Na drie maanden is fietsen meestal ook weer mogelijk, al zul je in het begin wel extra voorzichtig moeten zijn bij het op- en afstappen. Fietsen op een hometrainer mag meestal al eerder, maar vraag wel vooraf toestemming van je arts.

Werken

Omdat er banen in allerlei soorten en maten zijn, is het moeilijk om een algemene indicatie te geven wanneer je normaal gesproken na een operatie weer aan het werk zou moeten kunnen. Maar uitgaande van bijvoorbeeld een triple osteotomie en licht (administratief) werk zou je over het algemeen na drie à vier maanden weer voorzichtig aan het werk moeten kunnen. Voor zwaarder werk (met langdurig staan en/of lopen) zal meer tijd nodig zijn. Raak niet in paniek als het langer duurt dan verwacht, maar zorg dat de bedrijfsarts goed is geïnformeerd over de aard en zwaarte van de operatieve behandeling en het verloop van het revalidatieproces.

Op deze website van de Rijksoverheid staat welke verplichtingen werkgever en werknemer hebben als het gaat om ziekteverzuim. Ook het Juridisch Loket heeft een en ander op een rijtje gezet.

Studeer je nog en moet je geopereerd worden? Kijk dan eens op de website van Studentenverzekeringen. Zij hebben alle regelingen die er zijn om je tijdens je studie te helpen op een rijtje gezet.

Sporten

Sporten is in de eerste periode na de operatie niet toegestaan, maar meestal zal daaraan ook weinig tot geen behoefte zijn. Wanneer je na verloop van twee à drie maanden bepaalde lichte (sport)activiteiten weer voorzichtig wilt oppakken, overleg dat dan eerst met je arts. De eerste maanden na de operatie moeten de spieren van de heup en het bovenbeen verder aansterken. Als je spieren erg verzwakt zijn kun je in aanvulling op de gewone fysiotherapie, onder begeleiding van een fysiotherapeut een aangepast fitnessprogramma volgen in een fysiofitnesspraktijk of professioneel fitnesscentrum in de buurt. Ook zwemmen is een prima methode om je spieren te versterken en je conditie te verbeteren. Je kan hierbij denken aan baantjes trekken, maar ook oefeningen doen in (verwarmd) water kan goede resultaten geven. Ook fietsen is goed voor je spieren zonder al te belastend te zijn voor je heup.

Autorijden

Autorijden na een operatieve ingreep is pas weer mogelijk als je de volledige controle hebt over het geopereerde been. Meestal is dat na zo'n drie maanden weer het geval. Zolang er sprake is van een duidelijke functiebeperking, ben je niet verzekerd voor schade bij aanrijdingen. Toestemming van je orthopeed verandert hier niets aan! Pas als je je been weer net zo goed kunt gebruiken als voor de operatie kun je veilig en verantwoord de weg op.

Blijf je na de operatie een beperking houden? Op de website van het CBR vind je alle informatie over de regels over autorijden met een beperking of handicap. Soms is het nodig een 'Gezondheidsverklaring' in te vullen. Als je een of meer vragen met 'ja' hebt beantwoord, bestaat de kans dat men aanvullend onderzoek wil doen zoals bijvoorbeeld een rijtest. Hierbij wordt gekeken of je snel genoeg kunt reageren in noodgevallen en of je voldoende kracht hebt in je benen. Als al het onderzoek gedaan is, krijg je van het CBR te horen of je rijgeschikt bent.

Op Veilig achter het stuur vind je informatie over autorijden na narcose en medicijnen in het verkeer.